DBI-fondsen in België: wat verandert vanaf 2026?
Gepubliceerd op woensdag 1 april 2026
DBI-fondsen (of DBI-beveks) zijn al jarenlang een populaire en fiscaal efficiënte beleggingsoplossing voor Belgische vennootschappen om overtollige liquiditeiten te laten renderen. Deze fondsen, specifiek ontworpen voor bedrijven die op lange termijn in aandelen willen investeren, maken gebruik van de DBI aftrek (Definitief Belaste Inkomsten) om dubbele belasting op dividenden te vermijden.
Echter vanaf 2026 wijzigt dit gunstige regime. De federale overheid heeft beslist om de regels rond DBI-fondsen te verstrengen, met als doel het fiscale voordeel te beperken en meer nadruk te leggen op de economische realiteit van investeringen.
De brutodividenden die worden ontvangen, zijn in principe vrijgesteld van vennootschapsbelasting. De mate van vrijstelling hangt af van de DBI-coëfficiënt van de bevek, die doorgaans tussen 95% en 100% ligt. Bovendien kan de ingehouden roerende voorheffing van 30% verrekend worden met de vennootschapsbelasting, een eventueel overschot wordt terugbetaald. Ook de meerwaarden die de vennootschap realiseert bij de verkoop van dergelijke fondsen zijn vrijgesteld van vennootschapsbelasting en dit in dezelfde verhouding als de DBI-coëfficiënt.
De hervorming brengt daar verandering in. Eén van de belangrijkste nieuwigheden is de invoering van een belasting van 5% op meerwaarden bij verkoop van DBI-fondsen. Waar deze meerwaarden vroeger volledig vrijgesteld waren, zullen ze voortaan gedeeltelijk belast worden.
Daarnaast worden ook de regels rond de verrekening van roerende voorheffing strenger. In de toekomst zal het niet langer vanzelfsprekend zijn dat de ingehouden roerende voorheffing op dividenden volledig kan worden teruggevorderd. Dit wordt gekoppeld aan een bezoldigingsvoorwaarde: de vennootschap dient aan de bedrijfsleider een minimale brutobezoldiging van 50 000 EUR toe te kennen. Indien hier niet aan voldaan is, wordt de roerende voorheffing een definitieve kost, wat de netto-opbrengst van de investering verlaagt.
Ook de voorwaarden om te genieten van de DBI-aftrek zelf worden aangescherpt. De basisprincipes blijven bestaan, zoals de vereiste van een minimale participatie van 10% of een investering van minstens 2.5 miljoen euro, een minimale aanhoudperiode van één jaar en de voorwaarde dat de onderliggende vennootschap normaal belast wordt.
Nieuw is echter dat participaties van minder dan 10%, die enkel steunen op de drempel van 2.5 miljoen euro, bijkomende voorwaarden moeten vervullen. Zo moet de deelneming worden aangehouden als financieel vast actief en moet er sprake zijn van een duurzame economische band. Louter passieve beleggingen komen daardoor minder snel in aanmerking.
Indien aan de vereisten wordt voldaan blijven dividenden en meerwaarden grotendeels vrijgesteld van vennootschapsbelasting. Alsook biedt de DBI-bevek een eenvoudige manier om te investeren met een goede spreiding en professioneel beheer.
Dit document dient louter ter algemene informatie. Ufin baseert zich bij het opstellen van dit document op externe bronnen en is bijgevolg afhankelijk van deze externe bronnen voor de correctheid van de informatie. Ufin is niet aansprakelijk voor fouten.