Meerwaardebelasting onder de loep
Gepubliceerd op maandag 5 januari 2026
Vanaf 2026 wordt een meerwaardebelasting van 10% ingevoerd op meerwaarden die worden gerealiseerd binnen het privévermogen. Voor levensverzekeringen betekent dit concreet dat bepaalde spaar- en beleggingsverzekeringen onder deze nieuwe regeling vallen, met name tak 21-verzekeringen (na het verstrijken van de achtjarige looptijd), tak 23-beleggingsverzekeringen en hybride tak 44-verzekeringen. Andere contracten blijven volledig buiten schot zoals tak 26-kapitalisatiecontracten, groepsverzekeringen, aanvullende pensioenoplossingen uit de tweede pijler (IPT en VAPZ), pensioen- en langetermijnsparen uit de derde pijler en uitkeringen bij overlijden.
De meerwaardebelasting is enkel van toepassing op meerwaarden die worden opgebouwd vanaf 1 januari 2026. Voor bestaande contracten wordt de waarde op 31 december 2025 vastgelegd als referentiepunt. Alleen de winst die nadien wordt gerealiseerd, kan worden belast. De meerwaarde die je tot eind 2025 hebt opgebouwd, blijft dus volledig vrijgesteld. Voor nieuwe contracten die vanaf 2026 worden afgesloten, wordt de belasting berekend op het positieve verschil tussen het uitgekeerde kapitaal en de gestorte premies.
Zo wordt de belasting geheven op het moment dat de meerwaarde effectief wordt gerealiseerd, met name bij een (gedeeltelijke) afkoop van het contract of bij de uitkering op de einddatum. In principe houdt de verzekeraar de meerwaardebelasting automatisch in en stort deze door aan de fiscus. Je kan er echter ook voor kiezen om dit niet te laten doen via het zogenaamde opt-outmechanisme. In dat geval geef je de gerealiseerde meerwaarde zelf aan in je belastingaangifte. Dit kan interessant zijn omdat je dan onmiddellijk rekening kan houden met vrijstellingen en eventuele minderwaarden. Tijdens de overgangsperiode tot en met 30 juni 2026 geldt de opt-out zelfs als standaardregel.
Een belangrijk element in de nieuwe regeling is de jaarlijkse vrijstelling. Elke belastingplichtige heeft recht op een vrijstelling van 10.000 euro per jaar op alle meerwaarden samen. Wanneer deze vrijstelling niet volledig wordt benut, kan een ongebruikt deel tot maximaal 1 000 euro per jaar worden overgedragen naar volgende jaren, met een maximum van vijf jaar. Zo kan de totale vrijstelling oplopen tot 15 000 euro per persoon. Door afkopen strategisch te spreiden over meerdere jaren, kan je deze vrijstelling optimaal benutten en de belastingdruk aanzienlijk beperken.
Voor de meeste spaarders en beleggers is er geen reden tot paniek. De invoering van de meerwaardebelasting betekent niet dat bestaande winsten plots worden belast en evenmin dat je je huidige beleggingsstrategie halsoverkop moet aanpassen. Beleggen via tak 21 en tak 23 blijft ook na 2026 perfect mogelijk. De belasting wordt pas relevant wanneer je effectief meer dan 10 000 euro winst realiseert én deze winst na 1 januari 2026 is opgebouwd. Voor veel mensen zal dat pas op langere termijn het geval zijn.
Wel kan het zinvol zijn om vooruit te kijken en tijdig te plannen, zeker als je weet dat je in de toekomst een grotere uitgave voorziet. In dat geval kan een gespreide afkoop helpen om maximaal gebruik te maken van de jaarlijkse vrijstelling. Bij Ufin volgen we deze nieuwe regelgeving nauwgezet op en begeleiden we onze klanten stap voor stap. Samen analyseren we je bestaande levensverzekeringen, brengen we de mogelijke impact van de meerwaardebelasting in kaart en helpen we je doordachte keuzes te maken, zoals het juiste moment van afkoop of het al dan niet toepassen van een opt-out. Zo zorgen we ervoor dat je niet alleen correct, maar ook zo fiscaal efficiënt mogelijk met deze nieuwe regels omgaat.
Dit document dient louter ter algemene informatie. Ufin baseert zich bij het opstellen van dit document op externe bronnen en is bijgevolg afhankelijk van deze externe bronnen voor de correctheid van de informatie. Ufin is niet aansprakelijk voor fouten.